Gerardus Magazine 2018-1

2018-1

REDEMPTORISTEN IN INDONESIË

Omgekeerde missie

“Bali, Lombok, Sumbawa, Sumba, Flores, Timor.” De oudere Nederlandse lezers van ons blad – en dat zijn de meesten – kennen dit rijtje nog uit hun hoofd. Ze leerden het op de lagere school. Het zijn namen van een rijtje eilanden ten oosten van Java in Indonesië, ‘de gordel van smaragd’. Tegenwoordig gaan er veel toeristen naar Indonesië, vooral naar Bali. In elk nummer van het Gerardus Magazine in 2018 zullen we aandacht besteden aan het missiewerk in deze voormalige Nederlandse kolonie.


Al meer dan 60 jaar zijn er in Indonesië redemptoristen actief. Geen Nederlandse, maar Duitse redemptoristen werden in 1957 uitgenodigd om op Sumba een missie te starten. Dat verzoek kwam bij toeval via een gesprek tussen enkele missionarissen van het Gezelschap van het Goddelijk Woord (SVD uit Steyl) en de Duitse pater Aloys Pohl die in het generaal bestuur van de redemptoristen in Rome zat. Deze ging met de vraag aan de slag en kwam uit bij de eigen paters uit Noord-Duitsland. De redemptoristen van deze ‘Keulse provincie’ hadden net hun missieopdracht in Argentinië afgesloten en waren op zoek naar iets nieuws. Het aantal roepingen was nog groot: er zouden genoeg paters zijn om uitgezonden te worden. Dat bleek ook te kloppen, want in de loop van de jaren zijn er 37 paters en broeders naar Indonesië gegaan. Nu leven en werken er nog twee. Waaronder pater Willy Wagener.

De voorbereiding op de missie bestond niet alleen uit het leren van de taal, Bahasa Indonesia. Pater Willy Wagener vertelt: “We moesten ook allerlei vaardigheden leren, zoals onderhoud en reparatie van motoren en terreinwagens, en een snelcursus tropische EHBO. Ook kregen we allemaal een uitgebreide set tropenkleding, een grote doos met medicijnen mee én een eigen motorfiets. Dat kwam allemaal met ons mee op de boot. De motorfiets was in die tijd het meest praktische vervoermiddel op een eiland waar nauwelijks asfaltwegen waren. Ook nu wordt de motorfiets nog wel gebruikt, omdat het veel goedkoper is dan een auto.”

De missie begon op het eiland Sumba en daar ligt nog steeds een belangrijk deel van het pastorale werk van de redemptoristen. In de afgelopen decennia hebben de Duitse paters en broeders meegeholpen de kerk op Sumba en enkele omliggende eilanden op te bouwen. Én ze hebben er voor gezorgd dat er eigen Indonesische roepingen kwamen. Pater Willy: “De missie is echt een succes geworden. Kijk maar: op dit moment zijn er 155 Indonesische redemptoristen en er zijn maar liefst 50 jonge mannen in de priesteropleiding. En zoals vroeger de missionarissen uit Europa naar het zuiden gingen om de kerk op te bouwen, zo zendt nu de redemptoristenprovincie Indonesië haar medebroeders over de hele wereld uit. Er zijn er nu zo’n twintig in verschillende landen als Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Samoa, Italië en ook in Duitsland en Nederland. De omgekeerde missie dus. Dat doet me deugd.”

In de constituties (leefregel) van de redemptoristen staat dat ze er zijn voor de meest verlatenen, vooral voor de armen. Toen de eerste zes Duitse missionarissen in 1957 voet aan wal zetten op het eiland, was dit een van de vele afgelegen gebieden in Indonesië. Sumba heeft niet voor niets de bijnaam ‘het vergeten eiland’. Er was nauwelijks infrastructuur en er woonden zo’n 9000 katholieken op het eiland, vrucht van bijna dertig jaar missionaire arbeid van de missionarissen van Steyl. Nu, 2018, zijn er bijna 200.000 katholieken en ruim honderd priesters. Sumba is een zelfstandig bisdom geworden en heeft 28 parochies, met daarnaast nog vele hulpkerken. Vanuit Sumba verspreiden de Indonesische redemptoristen zich ook over andere grotere en kleinere eilanden. Steeds weer naar plekken aan de rand van de samenleving om mensen te ondersteunen in hun dagelijkse leven en kerkgemeenschappen op te bouwen. In de loop van het jaar zullen we verschillende van deze pastorale plekken leren kennen.

Jelle Wind