Gerardus Magazine 2019-1

2019-1

EEN LIED DAT JE RAAKT

Zoals een mantel om mij heen geslagen

Zo vriendelijk en veilig als het licht,
zo als een mantel om mij heen geslagen,
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,
ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,
dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.


Soms raakt een lied je zo dat je het niet kunt loslaten, of beter gezegd: het lied laat jou niet los. Een flard van een zin, een gedachte die recht door het hart gaat, versterkt door de melodie. Vaak is er een gebeurtenis aan te wijzen die heel ingrijpend is voor je leven. Je kunt het lied niet meer horen of zingen zonder daaraan te denken. In deze rubriek komt iedere aflevering een lied ter sprake. Populair of klassiek. Soms een religieus lied, maar dat hoeft niet. Wel raakt het altijd een diepere laag.
Zo’n diepere betekenis kreeg een van onze bekendste kerkliederen voor mij tijdens een uitvaart. We stonden op het eerbiedwaardige kerkhof van het Albertinum, het (inmiddels voormalige) dominicanenklooster in Nijmegen. Een bekwaam bestuurslid van mijn toenmalige werk werd ten grave gedragen. We waren in processie getrokken achter die lange stoet aan van dominicanen in hun prachtige witte pijen met daaroverheen zwarte capes. Mijn dierbare collega Henk, niet zo groot van stuk, reed een oude confrater in rolstoel voort.
Het was van dat druilerige kerkhofweer. Eenmaal rond het graf wakkerde de wind aan en begon het flink te regenen. Aandoenlijk sloeg Henk zijn cape om zijn confrater heen om hem te beschermen voor de regen en de kou. Juist op dat moment werd dat prachtige lied van Huub Oosterhuis aangeheven: Zo vriendelijk en veilig als het licht, zo als een mantel om mij heen geslagen. Letterlijker kon de tekst niet verbeeld worden…
Met dit tedere gebaar werd tegelijk zichtbaar hoe God voor ons wil zijn. Ik werd er zeer door ontroerd, de bekende brok in de keel verhinderde me even om flink mee te zingen. Voor mij kreeg het lied zo veel meer betekenis.
Zoals bij vrijwel al zijn onovertroffen liederen heeft de dichter Huub Oosterhuis dit lied doordrenkt van bijbelse verwijzingen. Flarden uit de psalmen en de profeten klinken er in door. De tekst verwoordt wie God is; dat kan alleen maar in beelden. God is een mantel van vriendelijk licht om ons heen. Hij wil ons op handen dragen, juist als wij het zwaar hebben. Hij is een veilig baken, aan wie ik me kan vasthouden; waar ik ook ga of sta, Hij zal me behoeden en bewaren.
Die God is de ziel van mijn gebeden, zoals in de laatste regel staat. God is oorsprong en doel.

Hij geeft leven aan de mens en hartstocht. De belijdenis die in deze laatste zin vervat ligt, vat het lied samen. En iedere keer als ik het zing, word ik bevestigd in dit Godsvertrouwen.

Jeroen de Wit