Gerardus Magazine 2019-2

2019-2

100 JAAR IN ZICHT

'Ik ben Epke Zonderland'

Waar moet je beginnen als je iets wil vertellen over een honderdjarige? Op bezoek bij pater Gerard Rottink in de seniorencommuniteit in Boxmeer geef ik al gauw de hoop op om van hem een keurig geordend levensverhaal te horen. Flarden herinneringen en stukken geschiedenis buitelen in hoog tempo over elkaar heen.




Dan begin ik maar met mijn eigen herinneringen aan hem. Ik zie voor me een pater die voor een klas van 48 jongens buig- en strekoefeningen staat te doen. Nee, pater Rottink is geen gymleraar, maar leraar Latijn. Hij probeert ons zo op het klein-seminarie Nebo te Nijmegen rijtjes verbuigingen van werk- en voornaamwoorden aan te leren. ’Ego – mei - mihi – me – me’; bij elk woordje zwaaien zijn armen naar voren en naar achteren.
Als ik hem dit vertel, lacht hij: “O ja, ik gaf graag les en liefst wat speels.” Pater Rottink was populair onder de leerlingen. Op mijn vraag of hij er zelf voor gekozen had om leraar te worden, kijkt hij me verbaasd aan. “Welnee, dat werd je gevraagd. Ik ben in 1943 priester gewijd. Na de oorlog moest het juvenaat weer worden opgestart en men had leraren nodig. We waren een knappe klas en vier van de zes mochten doorstuderen. Ik ging klassieke talen studeren in Amsterdam en was na vier jaar afgestudeerd. Ik werd leraar Latijn  en Grieks op de Nebo, na een paar jaar al met 34 lesuren per week. Ik deed het graag en ik dacht: ‘mij krijgen ze hier met geen paard meer weg’. Maar ja, toen kwamen de roerige zestiger jaren: de seminaristen liepen massaal weg en ook veel jonge paters traden uit.” Als hij daarover vertelt, denk ik terug aan mijn eigen klas: met 48 jongens zongen we in 1960 nog ons schoollied ‘Zie ons ideaal: redemptorist, dat is het doel van allemaal’. Zes jaar later gingen we na het gymnasium met slechts drie jongemannen theologie studeren. Ik ben de enige die uiteindelijk redemptorist geworden is.
Pater Rottink: “In de zestiger jaren deden pater Jacques van der Linden en ik in de weekenden al missiewerk in Duitsland voor ‘Oostpriesterhulp’. Ik voelde me veel meer thuis in de Duitse zielzorg dan in de Nederlandse. Met al die vernieuwingen zag ik hier de kerk er alleen maar op achteruit gaan. Toen ze minder leraren nodig hadden, ben ik in 1965 naar Unterkirchberg/Ulm in het bisdom Rottenburg gegaan. Ik heb zelfs sterk overwogen om naar dat Duitse bisdom over te stappen. Vier jaar later ben ik gevraagd om een Nederlandse redemptorist op te volgen als pastoor in Haaren en Neuhaaren, vlak over de grens bij Roermond. Ik zag er erg tegenop, maar heb er 16 prachtige jaren gehad. In 1985 werd ik gevraagd om rector te worden van een groot sanatorium ‘Jordanbad’ in Biberach bij Ulm. Maar toen daar een kreng van een moeder-overste kwam, heb ik na vijf jaar mijn biezen gepakt. Ik ben nog op verschillende plaatsen in de Eifel pastoor geweest, voordat ik in 1996 terugkwam naar Nijmegen. In 2008 ben ik met de andere paters en broeders verhuisd naar het verzorgingshuis hier in Boxmeer. Stil zitten kon ik natuurlijk niet en heb bijvoorbeeld nog jarenlang voor het bisdom Aken reizen naar Lourdes begeleid. Ik was daar soms maandenlang biechtpriester voor de Duitstaligen.  

Ik bezocht pater Rottink twee dagen nadat hij met veel vrienden en confraters op 19 januari j.l. zijn 100e verjaardag had gevierd. Ik was daar zelf ook bij en zag hoe er met name uit Haaren veel oud-parochianen waren. “Mooi dat ze na 35 jaar nog zo dankbaar zijn. Ik heb er 570 kinderen gedoopt en van 260 mensen het huwelijk ingezegend.” Af en toe staat hij op en rommelt in de stapel brieven op zijn bureau. “Ik heb ze nog niet allemaal gelezen, maar zoveel waardering doet me goed. Ik heb een mooi leven gehad.”
“En nu zit ik hier op de dood te wachten”. Hij is daar al een paar keer op wonderlijke wijze aan ontsnapt. Op een gloeiend hete dag in juli 2010 reed hij, verblind door de zon, van een talud af en zijn auto belandde acht meter lager tussen de struiken. Pas anderhalf uur later werd hij bewusteloos  aangetroffen en moest de brandweer hem uit de auto snijden. Maar 12 dagen later werd de toen 91-jarige pater al uit het ziekenhuis ontslagen. In december 2014 viel hij in de badkamer, met een gebroken arm en verbrijzelde heup als gevolg. Toen een huisgenoot hem in het revalidatiecentrum aantrof aan een oefenrek, riep de 95-jarige: ‘Ik ben Epke Zonderland!’ Drie jaar later brak hij zijn andere heup, maar ook dat overleefde hij met glans. “Gisteren ben ik verdorie wéér gevallen. Ik moet toch beter uitkijken.” Dus of hij écht op de dood zit te wachten?

Henk Erinkveld CSsR